Schadelijke stoffen
In tabaksrook zitten veel stoffen, ongeveer 4.000. Van veertig van deze stoffen kun je kanker krijgen. De belangrijkste schadelijke stoffen in een sigaret zijn:
Nicotine
Nicotine is een stof die voorkomt in de tabaksplant en ook in gedroogde tabak. Nicotine is een van de voornaamste oorzaken van de verslavende maar ook verdovende werking van roken. Nicotine veroorzaakt bloedvatvernauwing, waardoor de bloeddruk stijgt. Je hart gaat sneller kloppen en slijt dus sneller. De kans op hart- en vaatziekten is daardoor bij een roker veel groter dan bij een niet-roker. Stoppen met het gebruik van nicotine veroorzaakt ontwenningsverschijnselen, zoals irriteerbaarheid, hoofdpijn, angstgevoelens, cognitieve stoornissen en slaapverstoring. Deze symptomen hebben een piek na ongeveer 2-3 dagen, en verdwijnen meestal na 2-6 weken.
Wie al op jonge leeftijd rookt, kan zich later moeilijker concentreren. Dat hebben onderzoekers van de Vrije Universiteit in Amsterdam ontdekt. Jongeren die roken hebben later meer kans om aandachtsstoornissen te ontwikkelen. Dat nicotine schadelijk is voor de ontwikkeling van de hersenen van adolescenten was al bekend. Het Amsterdamse onderzoek toont nu voor het eerst aan hoe die effecten op de lange termijn ontstaan.
Teer
Teer is een zwarte kleverige stof die aan de trilhaartjes in de longen blijft hangen. Bij iemand die rookt, komen de trilhaartjes hoe langer hoe meer onder de teer te zitten. De longen raken verstopt en zuurstof wordt minder goed opgenomen in het bloed. Als de trilhaartjes onder de teer zitten kunnen ze geen vreemde stoffen meer tegenhouden. Deze vreemde stoffen zorgen voor het zogenoemde ‘rokershoestje’. Door dit hoesten gaan de longblaasjes kapot. Hierdoor zijn rokers vaker ziek. De vreemde stoffen kunnen ook lichaamscellen veranderen. Deze kunnen dan abnormaal gaan groeien. Het gevolg daarvan is kanker. Vooral de kans op keel- en longkanker is erg groot.
Longen van een niet-roker en een roker.
Koolmonoxide
Koolmonoxide is een giftige stof die via de longen in het bloed terecht komt. Koolmonoxide zorgt ervoor dat je bloed minder zuurstof kan vervoeren. Je spieren krijgen minder zuurstof en raken sneller uitgeput. Je conditie gaat dus erg achteruit en daarom zal je topsporters bijna nooit zien roken. Door koolmonoxide wordt de binnenkant van het bloedvat ruw. Stoffen in het bloed kunnen aan de wand vastkleven. Het bloedvat wordt daardoor nauwer en kan zelfs verstopt raken. Als het bloedvat verstopt raakt, krijgen organen geen zuurstof meer. De organen kunnen daardoor hun werk niet meer doen. Als dit bij het hart gebeurt, is een hartaanval het gevolg.
Ammoniak
Ammoniak zorgt voor irritatie van de slijmvliezen. Op den duur kunnen de slijmvliezen gaan ontsteken. Daardoor kun je moeilijker ademhalen met alle gevolgen van dien. Ammoniak verdubbelt de verslavende werking van tabak.
Effect van stoppen
Bij iemand die gerookt heeft en die stopt met roken, herstelt het lichaam zich langzaam. Ongeveer 15 jaar na het stoppen met roken is de levensverwachting van de ex-roker even hoog als die van de niet-roker.


